Johannes Brahms en Johann Strauss: Vrienden en tegenpolen

 De beroemde 19e-eeuwse filosoof in klanken, Johannes Brahms (1833 – 1897),  was voor zijn vrienden in de omgang geen gemakkelijk heerschap. Hij was humeurig, licht geraakt en vaak stekelig en cynisch in zijn reacties. Hij had een broertje dood aan het kopen van nieuwe kleding. Dag in dag uit sjouwde hij ronBrahms + Straussd in dezelfde afgedragen plunje, waarvan de sjofele broek steevast 10 cm tekort was. Hij was een corpulente man met een grote grijze baard, waarin bijna continu een stinkende sigaar bungelde. Geen wonder dat veel vrouwen hem een onaantrekkelijke man vonden. In dat opzicht ( en vele anderen) had hij wel wat weg van Ludwig van Beethoven. Ook zo’n ongenaakbare figuur die zijn gouden hart verborg achter een uiterlijk vertoon van grofheid. Je moest ‘der Johannes’ kennen en nemen zoals hij was, anders kreeg je geheid gedonder met hem. In Wenen deed het verhaal de ronde dat Brahms – niet gespeend van zelfspot – bij het verlaten van een feestje zich bij de gastheer excuseerde voor degenen die hij wellicht niet beledigd had. Voor slechts weinigen van zijn collegae componisten had Brahms respect. Voor enkele jonkies, door hem zelf op het paard getild, zoals Dvořák en Grieg was hij complimenteus en zeer hulpvaardig. Maar Liszt en Wagner verfoeide hij hartgrondig en ook voor de muziek van Bruckner, Tchaikovsky, Verdi, Mahler en Richard Strauss had hij weinig waardering. De enige tijdgenoot die hij echt heel hoog had – heel opmerkelijk – was Johann Strauss (1825 – 1899). De aanstekelijke vrolijkheid van diens walsen inspireerde Brahms om zelf ook zijn geluk in dit populaire genre te beproeven. Met zijn eerste bundel walsen voor vier handen (Brahms had altijd veel nootjes in voorraad) hoopte hij de gewaardeerde collega concurrentie te kunnen aandoen. Op bescheiden schaal is dat hem ook wel gelukt, maar op het natuurtalent van Johann Strauss is Brahms altijd jaloers gebleven. Op de waaier van mevrouw Strauss noteerde Brahms de openingsmaten van Án der schöne blaue Donau, met daaronder getekend: “Helaas niet van Johannes Brahms.”

Johann II (ook wel junior of zoon genoemd ter onderscheiding tot zijn vader Johann I, senior) was een wel georganiseerde man, die wist hoe je met muziek rijk kon worden. Hij componeerde aan de lopende band operettes, walsen, polka’s, galops, etc. etc. Brahms zocht graag de ongecompliceerde gezelligheid in de (buiten)huizen in Baden en in bad Ischl van de familie Strauss op. Hij ging bij hen graag een spelletje tarok spelen

This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.